Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wilde de Algemene
nabestaandenwet (Anw) introduceren met een voorlichtingscampagne. Deze
Algemene nabestaandenwet vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet
(AWW).
De doelgroep bestond uit mensen met een partner die zelf jonger is dan 65, dat wil zeggen: alle potentiële nabestaanden.
De doelen van de voorlichtingscampagne waren:
- de potentiële nabestaanden duidelijk maken dat de sociale zekerheid op het punt van nabestaandenwetgeving verandert;
- de potentiële nabestaanden stimuleren na te gaan wat die veranderingen voor hen individueel betekenen;
- de potentiële nabestaanden aan te sporen zonodig aanvullende maatregelen te treffen.
De steekproef bestond uit 17 personen. De meeste respondenten waren afkomstig uit Den Haag, maar ook uit Amsterdam, Leiden, Nootdorp en DeIft.
Aansporing tot actie
Het belangrijkste communicatieprobleem bij dit onderwerp is de geringe betrokkenheid van de ontvanger bij het onderwerp en in samenhang daarmee de geringe bereidheid om na te denken over eventueel te nemen maatregelen. Dit probleem kan slechts voor een zeer beperkt deel worden opgelost door aanpassingen in de tekst. Schriftelijke media kennen op dit punt nu eenmaal hun beperkingen.
Een belangrijke manier om de informatie effectief over te brengen is zo goed mogelijk aan te sluiten bij momenten waarop mensen geneigd zijn over dit onderwerp na te den ken. Bijvoorbeeld bij het kopen van een huis, bij het sluiten van een huwelijk of het afsluiten van een samenlevingscontract, bij het regelen van zaken met het oog op kinderen etc. Bij verspreiding moeten zoveel mogelijk kanalen en intermediairen gezocht worden die hierop kunnen inspelen.
In de brochure zelf kan meer nadruk op actie worden gelegd door:
- de lezer expliciet aan te sporen om na te gaan hoeveel hij/zij krijgt als de partner overlijdt;
- expliciet de momenten te vermelden waarop de lezer zéker over het overlijdensrisico na moet denken: bij het afsluiten van een samenlevingscontract, bij een huwelijk, bij het kopen van een huis, bij de geboorte van een kind.
Tijdsaanduidingen ("nu")
Vijf keer laten de respondenten blijken moeite te hebben met het woord "nu". Dit heeft mede te maken met het feit dat ze de tekst lezen voor 1 juli 1996. Als de brochure pas na die datum uitkomt, zal dat minder een probleem zijn. Wel blijft er dan verwarring met het "nu" van alinea K (dat slaat namelijk op het hele jaar 1996) en met alinea I, waar datzelfde "nu" bedoeld wordt met "in de praktijk". Die praktijk zal in 1997 weer anders zijn.
Twee mogelijkheden: of altijd de tijdsaanduiding expliciet weergeven ("na 1 juli 1996") of functioneel ("onder/bij de nieuwe nabestaandenwet")
Consequent gebruik termen
Bij de volgende zaken kan er beter een keus gemaakt worden tussen verschillende manieren om iets weer te geven, die vervolgens in de hele brochure volgehouden wordt:
- bruto/netto: soms staat bij het bedrag zelf dat het om een bruto-bedrag gaat,
één keer staat er "Genoemde bedragen zijn (..)"(alinea I), soms staat er niets (alinea Y). Het is het duidelijkst als er bij elk bedrag staat of het bruto of netto is.
- bij alinea K (p7) is de halfwezenuitkering onafhankelijk van overig inkomen, het schema (alinea Z) rept van "een (inkomensafhankelijke) halfwezenuitkering".
- regelingen en de uitkering op grond van die regelingen worden zonder onderscheid gebruikt, bijvoorbeeld VUT (alinea I) en VUT-uitkering, Anw (alinea B "recht op Anw") en Anw-uitkering of nabestaandenuitkering.